.
.
.
Ons gedicht:
Draagt elkanders lasten
Het kerkhof aan het meer
Een klein, rond perk, met weiníge witte steenen;
Hier zijgt de tijd, een veege zwaan, terneer.
Erachter dampt, door grijze zon beschenen,,
Een gelukzalig lentemeer.
Daar rusten, na het enkelvuldig leven
Een eeuwoud werk in weide en stal en schuit,
De eerstijds ontslapenen in deze dreven
En hun gelijke daden uit.
En als de voorjaarswind de lege kruinen
Doet beven van de onheuchelijken nood
Tot bloeien boven woekerende puimen.
Suizelt de onsterfelijke dood.

